Cuvee 2010

Monday 29 March 2010 - 21:00

Franse kamermuziek door kamermuziekensembles van het Koninklijk Conservatorium Brussel.

maandag 29 maart 2010 - 21.00 - RITS CAFE

"CUVEE 2010, franse kamermuziek"

Claude Pascal, Quatuor
Animé

Choral
Valse
Vif

Jessica Quintus, Kurt Bertels, Bart Geysels en Jitse Coopman, saxofoonkwartet

Hector Berlioz, "Les Nuits d'Eté"

Villanelle
Le spectre de la rose 

L'Ile inconnue
Albane Carrère, zang en Julien Libeer, piano

Philippe Hersant, Choral

Jan Skopowski, cello en Ursula Ascic, harp

Ernest Chausson, Duos  

La nuit 
Le Réveil

Ju-Hee Park, sopraan/ Albane Carrère, mezzosopraan en Florence Génisson, piano

Maurice Ravel, Rapsodie espagnole

Prélude a la nuit                                                                                                

Malaguena
Habanera
Feria

Antoniya Yordanova en Ivan Kyurkchiev, piano vierhandig

Bedwelmd door Wagners magische klanken, meende de jonge Nietzsche dat de muziek, in haar grondeloze meeslependheid, een zaak was van diepzinnige Duitsers. De Franse geest, in zijn hang naar orde en helderheid, uitte zich volgens hem in de beeldende kunsten, het rijk van de evenwichtige, afgeronde vormen.

Pas de breuk met Wagner, even pijnlijk als radicaal, opende Nietzsches oren voor de Franse muziek. Voor de filosoof was ze als frisse lucht, die de als levensbedreigend ervaren zwaarte van de Duitse cultuur uit zijn hoofd moest verdrijven. En niet alleen uit zijn hoofd, ook uit zijn lichaam. Nietzsche, met zijn hoofd vol letters, overwint de schroom, begint te dansen, en al dansend ervaart hij een volheid van leven die zijn denken mee tot ongekende hoogten voert.

Franse muziek lijkt inderdaad een nooit uitdovende uitnodiging tot de dans. Meer dan andere muziek beroert ze de luisteraar in zijn lichamelijkheid, zijn aardsheid en zinnelijkheid. Wie er iets wil over zeggen, valt onbewust terug op de taal van schilders en tekenaars. Het subtiele lijnenspel in de muziek van Debussy of Ravel zijn van een souplesse en raffinement die doen denken aan Ingres of Matisse. Als meesters van de kleur, zowel in de samenklank als in de behandeling van de instrumenten, tonen Franse toondichters zich de evenknie van Chardin, Monet en Renoir.

Franse muziek, een bad voor de zintuigen? Zeker, maar als typering volstaat het niet. Frankrijk is evengoed het land van de rede. Hoewel het kille rationalisme van Descartes vandaag niet meer aanspreekt, put Franse muziek veel van haar bekoring uit dat feilloze gevoel voor maat, transparantie en clarté. De Franse filosoof Merleau-Ponty omschreef de mens ooit als esprit incarné. Het samengaan van helder denken en zinnelijkheid in de Franse cultuur verlokte Nietzsche tot de dans. Joie de vivre, zeg maar, en dat is een nauwelijks te vertalen begrip.

 

 

-